Muren en plafonds schilderen, hoe begin je eraan?
26 oktober, 2021 door
Tintelijn cv, Michael Fockedey

Schilderen van muren en plafonds

Werken met natuurverf is niet zo heel verschillend als werken met synthetische verf: de voorbeiding is en blijft sowieso steeds belangrijk. 
In deze blog nemen we je stapsgewijs mee om tot het beste resultaat te komen. Vooral bij renovatie is het interessant om te weten welke stappen je best neemt om een goed resultaat te krijgen.

We gaan in deze blog verder in op:
- het herkennen van de ondergrond
- de juiste voorbereiding per ondergrond
- het schilderen zelf

Onderaan deze blog vind je een link naar onze verfwijzer waar je stapsgewijs naar de juiste producten wordt geleid.

1/ Het herkennen van de ondergrond

Alsvorens aan de slag te gaan is een juiste beoordeling van de ondergrond heel belangrijk.  We gaan daarom wat dieper in op de verschillende ondergronden die voorkomen in een particuliere woning.

Vaak  werken we op reeds geschilderde ondergronden, 'geplakte' ondergronden (gipspleister) of plaatmateriaal (zoals Gyproc).
Maar er zijn nog meer specifieke ondergronden die je kan tegenkomen in oudere woningen:

Uitzicht
Met nieuw pleisterwerk bedoelen we een dikke (1 à 2cm) laag witte pleister die in nieuwbouw vaak wordt gebruikt.

Droging
Het pleisterwerk dient in elk geval volledig uitgedroogd te zijn (licht van kleur) vooraleer verder te werken. In een nieuwbouw spreken we alvast over enkele maanden. Een bouwdroger kan dit proces versnellen. Vaak zullen hoeken langer donker blijven: daar blijft het vocht langer zitten door minder vochtcirculatie. 

Staat pleister
Ook in nieuw pleisterwerk kunnen er barstjes komen. In nieuwbouwwoningen kunnen die zich gedurende de eerste jaren manifesteren. Dit heeft vooral te maken met het 'zetten' van de woning. 

Voorbereiding
Afhankelijk van de kwaliteit van het pleisterwerk en het beoogde resultaat kan er ofwel direct geschilderd worden ofwel worden er toch eerst putjes en krasjes gevuld met een gipsplamuur. Verwijder eventueel de oneffenheden en brokjes met een plamuurmes.
In sommige gevallen wordt het pleisterwerk eerst volledig (licht) geschuurd om oneffenheden weg te werken. Gebruik dan een fijne korrel (220+) en zorg dat je niet door de gladde polierlaag schuurt. Anders riskeer je op de ruwere onderlaag te komen die zich waarschijnlijk sterk zal aftekenen na je schilderwerk.

Uitzicht
Met oude gipspleister bedoelen we een dikke (1 à 2cm) laag witte (of licht beige) pleister die je vaak terugvindt onder oude behang-lagen. De pleister kan makkelijk tot 50j oud zijn.

Staat pleister
Oude gipspleister is vaak een stuk poreuzer en meer gebarsten dan nieuw pleisterwerk. Dit kan zich manifesteren in bijvoorbeeld allemaal fijne haarscheurtjes. Vandaar dat de werkwijze soms wat anders is.

Voorbereiding
Soms is de oude gipspleister zeer mooi effen maar tegelijk zeer absorberend of poreus. Daarnaast kunnen vele fijne barstjes een mooie afwerking met een verflaag moeilijk maken.
Je kan dit testen door plaatselijk eens een vlak te schilderen en te kijken of dit lukt. Soms is het aangewezen om de oude gipspleister integraal uit te plamuren met een dun laagje plamuur. Of plaatselijk barsten of ruwe delen glad te plamuren. Daarnaast wordt er best een primer gezet alvorens te schilderen.

Uitzicht
In veel oude woningen (<1960-70) zijn de muren en plafonds bepleisterd met een beige kalkmortel. Deze is samengesteld uit luchtkalk en zand en meestal gewapend met dierlijk haar (zoals paardenhaar) of een plantaardige vezel (vb stro). Aan de oppervlakte bevindt zich doorgaans een hardere witte toplaag. Die is vaak uit gips-kalk. 

Staat pleister
Veelal is de beige basismortel vrij zanderig en niet zeer hard. De witte toplaag kan op verschillende plaatsen barsten vertonen of loskomen. De beige kalkpleister kan zelfs loszitten van de baksteen of helemaal afpoeieren. De kalkpleister kan geschilderd zijn (ettelijke keren) of behangen. 

Voorbereiding
Op zich is er niks mis met de pleisterlaag in kalkmortel. Het past perfect bij de opbouw van de oude huizen die ook met kalkmortel gemetst zijn. Kalkmortel heeft goede vochtregulerende eigenschappen indien niet overschilderd met een afsluitende verf.

Bij het verwijderen van het behang bestaat de kans dat je de witte toplaag of stukken kalkmortel mee verwijdert.
Soms is de witte toplaag effen maar zeer absorberend/poreus of helemaal gebarsten. Een witte toplaag in slechte staat wordt best afgestoken, gefixeerd en uitgeplamuurd. Een witte toplaag in goede staat kan gefixeerd en (plaatselijk) geplamuurd worden.


Uitzicht
Een oude leempleister ziet er gelijkaardig uit zoals de beige kalkmortel die hierboven beschreven is. Alleen is leempleister meestal bruiner van kleur en zit er vaak een plantaardige vezel in zoals stro. Soms is er een toplaag van kalk-gips op aangebracht.

Staat pleister
Leem is een combinatie van zand en klei en werd vaak ontgonnen in de bouwput van de woning bij het graven van de funderingen.
Als de leem te weinig klei bevat zal ze na verloop van tijd dus wat verpoederen. Zeker bij het verwijderen van een oude behanglaag bestaat de kans dat je hele stukken leempleister mee verwijdert.

Voorbereiding
Bij het verwijderen van het behang bestaat de kans dat je de witte toplaag of stukken leempleister mee verwijdert. Soms is de witte toplaag effen maar zeer absorberend/poreus of helemaal gebarsten. Een witte toplaag in slechte staat wordt best afgestoken, gefixeerd en uitgeplamuurd. Een witte toplaag in goede staat kan gefixeerd en (plaatselijk) geplamuurd worden.

Uitzicht
Een nieuwe leempleister of leemfinish is korrelig van structuur en bevat vaak een additief zoals stro, steentjes...
Je vind meer voorbeelden op de website onder het menu 'Referenties/leempleister'

Staat pleister
Nieuwe leempleister is vooral een fenomeen van de laatste 20j dus vaak in goede staat. Soms kunnen er plaatselijk putjes, krassen of barsten zijn.

Voorbereiding
Als je de kleur van de huidige leempleister wil behouden, ga je best eerste op zoek naar het juiste merk/type/kleur dat origineel is gebruikt. Vaak zijn daar kleinere stalen van te bestellen die je kan gebruiken om plaatselijk te retoucheren. Indien je een nieuwe laag/kleur wenst te plaatsen, herstel je best eerst de putjes en scheuren alvorens de nieuwe laag te plaatsen. Op een intacte leempleister kan je perfect rechtstreeks een nieuwe (leem)verflaag of dunne laag leemfinish plaatsen.
Dia afbeelding

Uitzicht
Gipskartonplaten (zoals Gyproc) zijn meestal beige, soms groen (watervaste variant) of wit (voorgeschilderde variant). Bij deze platen dienen de voegen nauwgezet te worden opgevuld met gipsplamuur.

Staat ondergrond
Gipsplaten die recent geplaatst zijn, staan klaar om te plamuren. Staan de gipsplaten er evenwel al enkele jaren, dan kan het karton vele stoffen hebben geabsorbeerd die doorbloeden na het schilderen. Test daarom eerst plaatselijk de gipsplaten op doorbloeding. Is er effectief een waas van (meestal bruinachtige) vlekken, werk dan met een isolerende primer.

Voorbereiding
De naden van de platen worden eerst gewapend met netvliesband. Het uitplamuren van de voegen en vijsgaten gebeurt best in 3 keer: 2x met een vulplamuur (filler) en 1x met een eindplamuur (finish). 
Daarna worden de geplamuurde zones licht geschuurd. Het is van het allergrootste belang dat er geen reliëfverschil is ter hoogte van de naden. Controleer dit op een paar plaatsen door er een scherpe rechte lat op te zetten en te kijken of deze volledig aansluit. Indien het plamuurwerk niet perfect is uitgevoerd zal dit na het schilderen zichtbaar worden:  de naden tekenen zich dan in een regelmatig patroon af. Na het plamuren en schuren dient men alle schuurstof af te wassen met een klamme spons of vod.

Uitzicht
Gipsvezelplaten (vb Fermacell) zijn vaak lichtgrijs van kleur en minder glad dan gipsplaten door de vezel (vb cellulose) die eraan is toegevoegd.

Staat
Vaak zijn gipsvezelplaten sterker dan gipskarton en doorbloedingen bij oude platen zijn nihil.

Voorbereiding
    Lijmresten
Gipsvezelplaten zijn vaak onderling verlijmd met een expanderende lijm. Deze dient volledig afgestoken te worden. Dit doe je best als de lijm net is uitgehard. Na enkele dagen is deze keihard en wordt het een hele klus om alle lijmresten te verwijderen.

    Uitplamuren
Door de lichte vezel van de plaat zelf zijn uitgeplamuurde en geschuurde naden gladder dan de platen zelf. Eens geschilderd kan dit (afhankelijk van de lichtinval) zeer goed zichtbaar zijn.
Voor een aanvaardbaar resultaat is het dus eigenlijk nodig om de platen volledig uit te plamuren met een dun laagje plamuur zodat je één effen ondergrond krijgt. Je kan 'schrapend' plamuren, dwz. je volgt de ondergrond met een breed plamuurmes en je vult de putjes op (er komt geen plamuur bovenop). Deze techniek is doenbaar voor de niet-professionele plamuurder.



2/ De juiste voorbereiding per ondergrond

Nu je weet welke ondergrond je hebt, kan je starten aan de voorbereiding.
Wat heb je in regel nodig:
- Afwasmateriaal: spons, emmer, rubberen handschoenen, ontvetter,...
- Afsteekmateriaal: steekmes, krabber, cutter,...
- Plamuurmateriaal: plamuurmessen, plamuur, mixer,...

Indien er behang aanwezig is, dient dit uiteraard eerst verwijderd te worden. Oud behangpapier overschilderen geeft zelden een mooi resultaat. Bovendien zorgt het er ook voor dat het later moeilijker te verwijderen is.
(Wanneer de sterkte van de ondergrond zeer twijfelachtig is en deze mee kan loskomen bij het verwijderen van het behang, kan je om budgettaire redenen natuurlijk kiezen om het behangpapier toch te te schilderen.)

Verwijder het papier door het eerst voldoende te bevochtigen met warm water of een behangafstomer. Zorg dat alle kleine stukjes verwijderd worden. Soms komt het behang er in twee lagen af: eerst de gekleurde toplaag en dan de bruine papierlaag.

Ook alle lijmresten moeten weggewassen worden: behanglijm lost op in water en zou dus problemen kunnen geven bij het overschilderen. Verwijder de lijm door in warm water een krachtige ontvetter op te lossen. Schrob de lijm eraf met een schuurspons (vb Scotchbrite). Bij dikkere lagen kan je ze eventueel afsteken met een brede plamuurspatel.

Alle loszittende en afschilferende verf wordt best verwijderd. Verf die niet goed hecht kan bij het overschilderden loskomen door de krimpspanning die optreedt bij het drogen.

De beste resultaten bereikt men door het afkrabben van de verf met een zeer scherpe verfkrabber (met verwisselbare mesjes). Als de verf echt los zit kan je best de verf afsteken. Dat gaat sneller. Gebruik dan een vrij breed en scherp plamuurmes.

In oude woningen is er vroeger soms geschilderd met olieverven waarover later een gewone muurverf werd gebruikt. Deze muurverf komt in veel gevallen los. Deze muurverf dient volledig verwijderd te worden. Het is een hele klus maar het is de enige garantie op een goed resultaat. Als je daaraan begint zal je evenwel ook wat plamuurwerk hebben omdat het afkrabben of afsteken krassen en putten maakt in het onderliggend pleisterwerk.

Veiligheid!
Oude (lak)verven kunnen lood bevatten. Bij dit soort verven moet je oppassen bij schuurwerk: fijne looddeeltjes zijn zeer ongezond als deze worden ingeademd. Meer info in de bijlage hieronder.

Begin steeds met het afwassen van de ondergrond vooraleer de schilderwerken aan te vatten. Vuil en vet zorgt voor een slechte hechting van verf of andere producten. Ook stof verwijder je op deze manier. Gebruik een ontvettend middel in het afwaswater.
Spoel voldoende na.

Is de ondergrond wat oneffen door brokjes pleister, vuil in oude verlagen, verschillende ondergronden door elkaar,… dan kan je deze best mechanisch schuren met een rondschuurmachine.

Gebruik bij voorkeur een machine waarop je een (industriële) stofzuiger kan aansluiten. Maak zeker gebruik van een degelijk stofmasker.
Let in elk geval op met het schuren van oude verflagen. In oude lakverf kan er nog lood verwerkt zitten dat bij het schuren kan vrijkomen.

Eerst kap je alle loszittende delen van het pleisterwerk af.
Loszittende delen worden gevonden door stelselmatig op het te behandelen oppervlakte te tikken. Waar de pleister hol klinkt zit deze los. Wees evenwel pragmatisch: soms zit de pleister (ondanks het hol klinken) nog stevig vast en moet hij er niet af.

Kleinere scheurtjes in het pleisterwerk worden V-vormig uitgekrabd tot op de diepte van de barst. Daarna wordt het geheel stofvrij gemaakt. Fixeer dan de plaatsen die uitgekapt en uitgekrabd zijn: deze zijn zeer stoffig en bieden niet genoeg hechting voor de  herstellingen. Laat het fixatief voldoende uitdrogen (min. 12u).

Daarna kunnen de grote gaten opgestopt worden met natuurgips. Dikwijls is een grote scheur in het pleisterwerk veroorzaakt door een onderliggend probleem. Breng desgewenst een versterkend gaas/netvlies aan in de gips om de scheur in de baksteen te overbruggen. Eens de gips droog is, kan je op en rond de herstelling  wat fijner uitplamuren om bruuske overgangen te vermijden tussen de herstelde delen en de rest van de muur.

De kleinere scheurtjes (reeds uitgekrabd) in het pleisterwerk worden opgevuld met een gipsplamuur. Opvullen zal 2 à 3 keer moeten herhaald worden wegens de krimp die optreedt in de plamuur.
Breng een versterkende gaas aan in de plamuur om de scheur te overbruggen. Plamuur wat breder uit dan de scheur om sterke overgangen te vermijden.

Volg dezelfde werkwijze voor het opvullen van kleinere gaatjes of putjes.

Wie werkelijk een gaaf resultaat wil zal dikwijls het volledige oppervlak moeten uitplamuren. Dit is echter niet voor iedereen een haalbare kaart: enige ervaring is vereist.

Alle herstelde delen dienen, na volledige uitdroging, geschuurd te worden. Gebruik bij voorkeur een schuurmachine waar je een industriële stofzuiger op kan aansluiten.
De grootte van de oneffenheden en het soort plamuur bepalen de korrelgrootte van het schuurpapier. Te fijn papier volgt het oppervlak te veel en schuurt de oneffenheden niet weg, te grof papier maakt krassen. Meestal zal een korrel 150 à 220 geschikt zijn.
Een kwalitatieve schuurmachine levert een beter schuurresultaat dan een goedkopere. Kleinere herstellingen kan men uiteraard ook met de hand schuren. Gebruik bij het schuren altijd een degelijk stofmasker.

Om de hechting van de verf te bevorderen behandel je de muur (die door de herstellingswerken nog ruw, poreus en absorberend zijn) eerst met een geschikte primer.  Het oppervlak staat nu schildersklaar.

Oppervlakken met veel barsten kan men eventueel behangen met een vlies om te vermijden dat de barsten zich weer doorzetten door het schilderwerk. Dit is in veel gevallen nodig bij oude plafonds.
Deze zijn veelal gepleisterd op houten latjes die in de loop der jaren hier en daar wat zijn losgekomen. Doe de voorbereiding van de pleister zoals hierboven beschreven: afwassen, herstellen barsten en schuren.

Behandel het oppervlak met een voorlijm of een verdunde lijm. 

Het behangen zelf kan met een volledig effen vlies. Na het schilderen ziet je niet meer dat er behangen is. Dit vereist wel dat de stroken behang onderling zeer nauw aansluiten zodat er geen naad zichtbaar is.


3/ Het schilderen zelf

Eindelijk, het laatste en meestal leukste werk na alle gezwoeg en gezweet! Vergeet niet dat je hier ook nog wat voorbereiding hebt: hoeveel verf heb je nodig, welk type, welke kleuren, kan ik overal aan de plafonds,...
We zetten voor jou alles op een rijtje:

Kleuren kiezen is een hele klus. Pas als je er zelf aan begint, merk je dat het voor een ander veel gemakkelijker kiezen is dan voor jezelf. Omdat ‘kleur-in-huis’ meer is dan enkel geschilderde muren, kan je gemakkelijker werken met een moodboard.



Per kamer knip en plak je prenten en foto’s uit magazines die je mooi vindt. Zo vorm je een collage die qua design en sfeer aansluit bij wat je graag ziet.

Kies uit je moodboard een vijftal hoofdkleuren uit. Deze kleuren vormen het pallet voor die bepaalde kamer. Kies ook een lichte kleur die je als hoofdtoon kan gebruiken.
Om de homogeniteit doorheen de verschillende ruimtes te behouden, raden we meestal aan om één kleur te kiezen die doorheen het hele huis terugkomt op muren en plafonds. Dat is meestal wit, gebroken wit of andere licht kleur.
Van de andere kleuren uit het moodboard kies je nu welke kleur je wenst terug te vinden op de muren. De resterende kleuren kan je gebruiken in accessoires (lampen, kunstwerken, schilderijen,…) en stoffen (gordijnen, zetel, kussens,…).

Ook onze blog KLEURADVIES: ZELF DOEN OF NIET? geeft je meer info.

Meet vooraf alle oppervlakten per ruimte en per ondergrond nauwkeurig op alvorens verf te gaan.
Vb: 60m² muren living, 40m² plafond living, 3 deuren, 2 radiators, etc.
Neem eventueel wat foto's ter geheugensteun. Zo kan je met een gerust gemoed in de verfwinkel de juiste hoeveelheden en soorten verf kopen.

Zorg voor een goede organisatie van de werkplek en het materiaal.

Ruimte leeg maken
Start met het verplaatsen van je meubels, kasten, tafel, stoelen,… Laat enkel de meubels staan die je nergens anders kwijt kan en dek ze goed af met plastic folie. Zorg dat je niets meer moet verplaatsen tijdens de schilderwerken. Zo vermijd je onnodig tijdverlies als je volop aan het rollen en borstelen bent.