Je gevel of tuinmuur omtoveren met kalei

enkele toverspreuken op een rij

wat is kalei eigenlijk?

Het is ín, mooi en makkelijk zelf uit te voeren: een laagje kalei kan een oude tuinmuur of verweerde gevelsteen helemaal terug opfleuren.

Kalei bestaat al honderden jaren en werd vroeger voornamelijk gebruikt voor diverse technische doeleinden: ontsmetten van stallingen, inkalken van fruitbomen tegen vorstschade, beschermen van muren tegen vocht,… De samenstelling was toen sterk afhankelijk van het uiteindelijke doel van de kaleilaag. Vaak werd enkel kalk gebruikt, momenteel gebruiken we een samengesteld product met kalk als bindmiddel en kwartszand en marmerpoeder als vulmiddelen. Dit levert een sterker mortel op.

Tegenwoordig gebruiken we kalei voornamelijk om twee redenen.

Kalei tovert een oude, heterogene, versleten baksteen om in een charmant uitziende muur. Doordat een kaleilaag enkele millimeters dik is, krijg je dat typische afrondingseffect dat alle scherpe hoekjes en kantjes van de bakstenen in elkaar laat overvloeien.


technisch

Naast het opfleuren van muren, beschermt kalei ook de ondergrond. In de zuivere kalei vind je enkel minerale grondstoffen: kalk, zand, marmerpoeder, tras,… Het voordeel is dat je een dampopen systeem krijgt dat je gevel nog laat ademen. Kalk heeft een capillaire werking : het trekt als het ware het vocht uit de ondergrond zodat de muren niet langer dan nodig nat staan na een regenbui.

Daarnaast bescherm je ook het voegwerk van de muur. Zeker bij oudere voegmortels die reeds verzanden kan dit van belang zijn.

Omdat een pure kalk-kalei helaas niet hecht op geschilderde ondergronden voegen fabrikanten vaak extra bindmiddelen toe aan hun kalei. Deze maken het mogelijk dat je ook daar kalei kan gebruiken. Dat lijkt mooi meegenomen, maar verstoort vaak de dampopen werking van de kalei. Opletten dus!


technisch

Naast het opfleuren van muren, beschermt kalei ook de ondergrond. In de zuivere kaleiën vind je enkel minerale grondstoffen: kalk, zand, marmerpoeder, tras,… Het voordeel is dat je een damp-open systeem krijgt die je gevel nog laat ademen. Kalk heeft een capillaire werking : het trekt als het ware het vocht uit de ondergrond zodat de muren niet langer dan nodig nat staan na een regenbui.

Daarnaast bescherm je ook het voegwerk van de muur. Zeker bij oudere voegmortels die reeds verzanden, is dat een aangename eigenschap.

Omdat zo een pure kalk-kalei helaas niet hecht op geschilderde ondergronden voegen fabrikanten vaak extra bindmiddelen toe aan hun kalei. Deze maken het mogelijk dat je ook daar kalei kan gebruiken. Dat lijkt mooi meegenomen, maar verstoort vaak de damp-open werking van de kalk.


levensduur

Een goed aangebrachte kaleilaag gaat in ideale omstandigheden zeker 10 jaar mee.Net ongeveer zoals een buitenverf. Er zijn evenwel enkele factoren die de levensduur negatief beïnvloeden.

Op esthetisch vlak:

– Groenaanslag: algen, mossen (vnl langs kant waar de zon niet op zit, ook meer in natte of bosrijke omgeving).

– Verontreiniging: uitlaatgassen en industrie, strepen van (natuursteen)dorpels.
Oplossing: Biomix ATM of een ander middel dat  groenaanslag of atmosferische vervuiling verwijdert.

op technisch vlak

- Erosie: door neerslag kan de zuidwest kant meer eroderen dan de andere gevels. Dit resulteert in een kaleilaag die beetje bij beetje dunner en minder sterk wordt.

-UV-licht: heeft een negatief effect op alle pleister- en verfsystemen op lange termijn. Zuidwest is hieraan meest onderhevig.

- Zeeklimaat: slijtage door zout en wind is sterker dicht bij zee.

- Waterschade kan optreden door insijpelend of opstijgend vocht. Dikwijls gaat waterschade gepaard met zoutvorming wat de schade nog zal versterken. Door vocht en/of zouten kunnen vlekken optreden op het afgewerkte oppervlak.


 


voor je begint

De ondergrond dient schoon en vrij te zijn van losse, slecht hechtende delen en vetten. De beste ondergronden zijn gevelstenen, snelbouwstenen, handvormsteen of ruwe betonstenen.

Als je met een pure kalk-kalei werkt (zoals Peter Steen kalei), dien je oude verflagen te verwijderen. Je kan ze decaperen, afsteken, afborstelen of afspuiten met een hogedruk reiniger. Niet zuigende verf zoals acrylverf, latexverf, siliconeharsverf,… moet je volledig verwijderen!

Indien de verflagen zeer goed vasthangen, kan je overschakelen naar een kalei met extra bindmiddelen zoals cement en kunststof (vb de Keim Universeel kalei) om toch met kalei te kunnen verder werken. Op betonnen panelen of betonbalken gebruik je ook best de Keim Universeel Kalei.Op gladde ondergronden is een proefvlak om de hechting te controleren, steeds aangewezen.
OPGELET:
bij kaleiën van oude boederijen en schuren of daar waar recuperatiestenen zijn gebruikt, kunnen er veel zouten aanwezig zijn in de bakstenen (door de urine uit vroegere stallingen). Deze kunnen esthetisch witte kristallen veroorzaken na het aanbrengen van kalei (of verf) maar ook technisch voor hechtingsproblemen zorgen.

Waarom kalk-kalei en geen cement-kalei?

– Bouwfysische troeven 1/ Kalk heeft een grote chemische weerstand en een lagere druksterkte, wat zich vertaalt in minder opgebouwde spanningen en een zekere flexibiliteit en soepelheid in de onderliggende structuur van het gebouw. 2/ Door de damopen structuur is kalkkalei minder gevoelig voor lichte zoutbelastingen in de ondergrond en zorgt ze ook voor een betere vochthuishouding in de muren: het vocht kan uit de muren verdampen en blijft niet zitten achter een waterdichte laag zoals vb cement.
.
– Ecologische troeven
1/ Kalk wordt gebrand op 900-1000°C terwijl cement op 1450°C wordt gebrand.
2/ Voor de productie van hydraulische kalk heeft men enkel kalksteen (CaCo3) en water nodig. Portlandcement daarentegen bestaat uit vier hoofdbestanddelen (65% kalk, 20% siliciumoxide, 10% aluminiumoxide en 5% ijzeroxide). Deze gemengde bestanddelen worden gebrand tot men een klinker bekomt. Deze wordt na afkoeling vermalen en gedoseerd met toeslagstoffen zoals hoogovenslak (afvalproduct uit de staalindustrie) en vliegas (restproduct van electrische centrales op steenkool) en fillers (gips en anhydriet om de bindingstijd van de cement te regelen).

Sinds 2014 werken we ook met de Keim Universeel Kalei voor het kaleiën van geschilderde ondergronden. Deze kalei bevat naast kalk een deel cement en een geringe hoeveelheid organische toeslagstoffen en vezels. Deze zorgen ervoor dat je op een geschilderde ondergrond wel aan de slag kan met kalei. Ondanks het aandeel cement en kunststofvezels is deze kalei in grote mate damp-open (dampdiffusieweerstand is 8) en in die mate niet verstorend voor de vochthuishouding en het dampregulerend vermogen van de muren.

Meer info vind je ook in de technische fiche of in de Keim kalei-brochure.


zijn er verschillende kleuren mogelijk

Natuurlijk! Aan de kalei kan pigment worden toegevoegd. Tintelijn heeft een kleurenpallet van een 25-tal kleuren*.

Let wel op: er kunnen lichte kleurverschillen optreden naargelang de snelheid van drogen en de vochtigheid van de ondergrond. Dit is typisch voor kalkproducten. Donkere kleuren zijn zeer mooi maar kunnen esthetische problemen geven door het doorschijnen van witte vlekvorming. Dit is te wijten aan zouten of nitraten uit de ondergrond die uitbloeiien. Zet steeds een testvlak van minimum enkel m² om dit in te schatten.

* De kleuren getoond op onze webshop zijn louter indicatief. Ze geven geenszins aan hoe de kalei er uit zal zien bij jou op de gevel of muur.

Alle foto’s zijn genomen in de schaduw en lijken in de zon / bij klare hemel vele malen lichter. Ook is de kleur op het ene computerscherm juister dan het andere. Voor een beter zicht op hoe het er bij jou zal uitzien, bestel je best onze kaleistalen om uit te testen.


Voor buitenwerk is een tweede laag kalei noodzakelijk om een laagdikte te bekomen die bestand is tegen regen, wind en zon. Deze tweede laag kalei kan je plaatsen ten vroegste 12u à 24u na de eerste laag.  We raden aan om te wachten tot de eerste laag volledig is uitgedroogd, de droogtijd is afhankelijk van de ondergrond en de weersomstandigheden. Voor het aanbrengen van de tweede laag, moet je wel de eerste laag terug goed verzadigen met water.

Kalei heeft water nodig om uit te harden, te snel drogen is dus te vermidijden.. Dus eventueel zacht nasproeien (eerder vernevelen) met tuinslang of vernevelaar is zeer belangrijk. Werken bij te hoge temperatuur, in de zon of met te felle wind is sterk af te raden.

 

Indien de voegen los zitten of verzanden moeten deze eerst minstens 1,5 à 2 cm diep worden verwijderd (uitslijpen, uitkrabben, uitborstelen,…)  en dan zijn er twee opties:

Optie 1: Hervoegen alvorens te kaleiën (beste optie)Indien de oude voegen uit kalkmortel bestonden (wat heel waarschijnlijk is), zeker geen cement gebruiken in de voegmortel maar hydraulische kalk.Hydraulische kalk bij ons verkrijgbaar (Boehm-kalk NHL2).“
Mortels die voor het herstel van metselwerk worden gebruikt moeten wat sterkte en hardheid betreft zoveel mogelijk aansluiten bij de reeds aanwezige materialen. Grote verschillen in sterkte en hardheid kunnen tot schade leiden. Zo kan een harde cementvoeg niet de eventuele vervormingen volgen van de in kalkmortel gemetselde gevel. Ook kunnen scheuren ontstaan door inboetwerk met een te harde cementgebonden mortel. De sterkte en hardheid van de mortel vloeien voort uit de samenstelling, bepalend zijn bijvoorbeeld het type bindmiddel en de verhouding tussen bindmiddel en zand.” Uit een brochure van Cultureel Erfgoed p 6-7

Optie 2: Kaleiën zonder eerst te voegen (goedkopere en snellere optie)
Deze optie is een noodoplossing en raden we enkel aan bij oude tuinmuren of muren waarbij het resultaat niet 100% moet zijn. Maw daar waar de kosten-baten analyse ervoor zorgt dat je geen geld wenst te besteden aan het hervoegen van de muur zelf. Je maakt dan de kalei een stuk pasteuzer zodat deze met een plakspaan is aan te brengen. Net na het aanbrengen ga je erover met een blokborstel om het kalei effect (horizontale strepen) aan te brengen. Best werk je dan met twee personen: één die de kalei aanbrengt met plakspaan en een tweede die na komt met de blokborstel.